You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het Katholieke Studiecentrum voor Geestelijke Volksgezondheid vroeg een groepspsychotherapeut, een voormalig gevangenispredikant, een pastoraaltheologe en twee universitair onderzoekers te schrijven over het belang van schuld en schaamte. Twee bijdragen sprongen er voor mij uit. Psycholoog en antropoloog Philip Hermans schetst provocerend allerlei uitspraken van deskundigen en leraren over het vermeende gebrek aan schuld- en schaamtegevoel bij Marokkaanse jongeren. Vervolgens analyseert hij hun antwoorden op de TAT-platen en toont hij aan dat ook zij het hele scala van schuld- en schaamtegevoelens kennen. De Arabische taal kent een veelheid van woorden om allerlei schuld- en schaamtenuances weer te geven. Stereotypering van de Marokkaanse cultuur door westerse wetenschappers lijkt mede debet aan het vermeende verschil tussen schuld- en schaamteculturen. Minstens zo interessant is de bijdrage van Johnny Fontaine, die de begrippen schuld en schaamte empirisch onderzocht in België, Peru en Hongarije. Er lijken twee soorten schuld en schaamte te bestaan: een interen een intrapersoonlijke variant. Hij komt tot observaties als: ‹Naarmate een situatie meer interpersoonlijke schuld uitlokt, lokt ze minder intrapersoonlijke schaamte uit.› Ze ontkrachten de lang aangehangen veronderstelling dat individualistische culturen meer schuldgevoelig en collectivistische culturen meer schaamtegevoelig zouden zijn. De bijdragen van Hermans en Fontaine laten zien dat als psychoanalytische theorie in verband wordt gebracht met cultureel-antropologische kennis, er verhelderende en verrassende nieuwe inzichten kunnen ontstaan. Het niveau van de bijdragen is te wisselend en de aard van de bijdragen te divers om het bundeltje een ‹aanrader› te noemen. Maar er is zeker interessante stof in te vinden.