You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wie zijn verjaardag viert, heeft zijn plek in de wereld veroverd, aldus de psychoanalyticus Edmond Gilliéron. Mutatis mutandis zal dit ook wel gelden voor mensen wier verjaardagen door anderen worden gevierd. Het afgelopen jaar was, in Nederland meer dan in Vlaanderen, het honderdvijftigste geboortejaar van Freud aanleiding tot vele activiteiten. Op allerlei manieren kwam de psychoanalyse in de publiciteit en in de afgelopen maanden gaven veel analytici lezingen in het kader van de ‹lezingencarrousel› in Nederland. Vooral het Nederlands Psychoanalytisch Instituut was daarbij de organiserende motor. In het eerste nummer van 2007 zal uitgebreid op het Freudjaar worden teruggekeken. Maar ook Nederlandse jarigen werden geëerd: het NPAG organiseerde in september een symposium ter ere van Niek Treurniets tachtigste verjaardag. In het verslag daarvan wordt zijn bijdrage aan de analytische theorie beschreven. Een andere tachtiger, de kinderanalyticus Sjef Teuns, werd in oktober gefêteerd met een internationaal symposium in Zürich, waarvan we helaas geen verslag hebben.
Wie in analyse gaat, is echter nog lang niet jarig. Althans, Rob Wille meent dat psychische pijn er een onvermijdelijk onderdeel van is: voor de patiënt om deze te leren verdragen en voor de analyticus om deze te kunnen toebrengen. Hij schrijft: ‹Voor zover de psychoanalyse een behandeling is, is het een behandeling zonder verdoving. Dit leidt meestal tot veel spanning in de overdrachts- en tegenoverdrachtsrelatie.› Wille vertrekt vanuit de idee dat psychische pijn niet een van de bekende emoties als angst, afgunst of schuld is, maar dat hij een existentiële lading heeft en voortkomt uit diep onbewuste, vroeg in de ontwikkeling gevormde lagen van de persoonlijkheid. ‹Existentieel›, omdat hij wordt gevoeld als een directe bedreiging van het psychisch bestaan. ‹Vroeg in de ontwikkeling›, omdat hij wellicht al prenataal aan de orde is en er zich in het eerste levensjaar, vergelijkbaar met het zelftroostend vermog