You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In het begin van de jaren negentig nam ik samen met een Nederlandse collega deel aan een klinisch seminaar dat werd geleid door de Schotse analyticus James Innes-Smith. Mijn collega presenteerde een analyse van een zeer geremde, rationele vrouw. De analyse verliep moeizaam als gevolg van de sterke weerstand. Innes-Smith suggereerde mijn collega veel minder voorzichtig en dieper te duiden. Mijn collega wierp tegen dat zij meende dat haar patiënt dat niet zou verdragen en mogelijk zou decompenseren. Zij verkoos een meer voorzichtige en geleidelijke aanpak. Innes-Smith zei hierop dat een psychische instorting met een mogelijke opname voor deze vrouw misschien juist nodig zou zijn. Wij vonden dit een schokkende gedachte; psychoanalyse hoort toch te helpen en niet mensen in nog grotere psychische nood te brengen. Het was een indrukwekkende uitspraak die ik op dat moment niet ten volle begreep.
Innes-Smith maakte deze opmerking waarschijnlijk op grond van de winnicottiaanse begrippen ‹mental breakdown and beyond› en ‹going on being›. Winnicott (1974) beschrijft het begrip ‹fear of mental breakdown› als een psychische instorting die vroeg in de ontwikkeling al heeft plaatsgevonden maar toen, als gevolg van een nog onvoldoende psychische ontwikkeling, niet bewust beleefd kon worden. De afweerstructuren die beschermen tegen het alsnog beleven van dit vroege trauma kunnen soms zo verstard zijn dat psychische verandering alleen mogelijk wordt als deze structuren tijdens een crisis instorten. Winnicott (1974, p. 104) schrijft dat een analyse niet beëindigd kan worden ‹unless the thing feared has been experienced. And indeed one way out is for the patient to have a mental breakdown (physical or mental) and this can work very well.› De oorspronkelijke instorting kan dan alleen emotioneel bereikt worden door middel van een tweede, actuele instorting. Het pathologische evenwicht moet verstoord worden waardoor er discontinuiteit ontstaat. De discontinuïteit en het daarmee gepaard gaa