You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Na een korte opening door Toon Rutgers en een inleiding door Ad Boerwinkel ging het drieëntwintigste PSU-symposium van start in de Stadsschouwburg in Utrecht. Allereerst verzorgde Willem van Tilburg een historisch overzicht van het begrip ‹hysterie›. Charcot beperkte zich tot het beschrijven van symptomen en hun verloop, maar Freud nam de taak op zich oorzakelijke factoren te beschrijven. Hij zocht deze in seksuele problematiek (eerst de verleidingshypothese en later het oedipuscomplex) en ontwikkelde een daarbij aansluitende behandelmethode. Onder invloed van Mahler en Klein werd later onderscheid gemaakt tussen symptomen en persoonlijkheid, en werd de focus verlegd naar de moeder-kindrelatie en de rol van agressie bij separatie. Kernberg brengt vervolgens de hysterische persoonlijkheid onder bij de borderline-persoonlijkheidsorganisatie. Yarom (2005) blaast het hysteriebegrip nieuw leven in door het te begrijpen als een driecomponentendenkkader (gender en seksualiteit, externalisatie naar het lichaam in plaats van in de ander, en conversie). Zij beschrijft hysterie als ‹the struggle between the sexes as enacted in the body›. Van Tilburg tekent kritisch aan dat Yarom niet middels empirisch onderzoek aannemelijk maakt dat conversie, genderproblematiek en afweermechanismen met elkaar verbonden zijn. Volgens hem is hysterie deels op te vatten als abnormaal (onbewust of gedeeltelijk onbewust) ziektegedrag. Het lijkt hem zinnig een zesde as aan de DSM toe te voegen om ziektegedrag (adequaatheid, therapietrouw, ziekteinzicht) te beschrijven, waardoor er meer recht gedaan zou worden aan de verschillende facetten van hysterie.
Harry Stroeken trakteerde ons op een les freudiaanse hysteriegeschiedenis als waren we uitgenodigd in zijn eigen bibliotheek. Freuds fascinatie met hysterie ontstond tijdens de behandeling van Cäcilie M., een intelligente en creatief begaafde barones, lijdend aan onder andere aangezichtspijnen, absences en hallucinaties. Hij ontdekte dat de symptomen