You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Eva Weissweiler, auteur van Die Freuds, heeft zich knap gedocumenteerd. Zij heeft niet alleen de bekende bronnen geraadpleegd, maar ook in het Freudmuseum in Londen, de Library of Congress in Washington en in de Biliotheca Germanica Judaica (Keulen) ongepubliceerde documenten kunnen inzien. Verder won zij inlichtingen bij nog levende nazaten. De lijst van geraadpleegde bronnen telt 1110 items.
Weissweiler neemt echter helaas een soort ‹vrouwvriendelijk›, emancipatorisch standpunt in en al haar materiaal haalt zij door die wringer. Voortdurend probeert ze te bewijzen hoezeer Freud op het punt van vrouwvriendelijkheid steeds maar weer tekortschiet.
Wij horen over de lotgevallen van het gezin van Sigmund Freud, maar ook over zijn broers en zussen en over de aangetrouwden. Het wordt allemaal gepresenteerd volgens een goed-kwaadschema. Aan de kant van het kwaad vinden we in de eerste plaats Sigmund Freud. Hij zou een nietsontziende en handtastelijke tiran geweest zijn. Hij sloeg als jongeman zijn zus Anna tweemaal in het gezicht, omdat ze verliefd geworden was op een man die hem niet aanstond (p. 24). Zij was toen tussen haakjes zestien en haar pretendent zestig. Ook haar tweede vrijer, de nare broer van Martha (en Minna) had hij het liefst weggejaagd.
Eenmaal getrouwd ontpopte Freud zich als een gezinsdespoot. Omdat hij tegen iedere vorm van religie was, verbood hij