You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Elk jaar opnieuw vieren we in Nederland de aankomst van Sinterklaas, terwijl je eigenlijk niet hebt gemerkt dat hij weggegaan was. Zo gaat het ook met Freud: 2006 was het Freudjaar, dat in december feestelijk is afgesloten. De vele activiteiten die in dat kader plaatsvonden, worden door ondergetekende uitgebreid verslagen. Wie in dit nummer de artikelen, recensies, verslagen en het essay Vieze moppen doorleest, krijgt echter de indruk dat de psychoanalytische ‹Sinterklaas› helemaal niet is vertrokken. Het is een en al Freud wat de klok slaat.
De drie artikelen in dit nummer werden als voordrachten gepresenteerd op het symposium Psychoanalyse en antropologie in debat over religie, dat op 10 november 2006 door de Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap te Groningen werd georganiseerd. In deze bijdragen vormt ‹toegepaste psychoanalyse› het theoretisch kader waarmee antropologische verschijnselen als familieverbanden, religie of cultuurontwikkeling worden beschreven.
Herman Westerink werkt het symposiumthema uit door Freuds ideeën over de relatie tussen religie en mythologie te onderzoeken. Creatief en inhoudelijk verdiepend is dat hij diens werken De Mozes van Michelangelo, De verovering van het vuur, Totem en taboe en De man Mozes en de monotheïstische religie in verband brengt met werk van collegae als Karl Abraham, Otto Rank en Theodor Reik over hetzelfde onderwerp. Net zoals Freudbiograaf Peter Gay over Freud spreekt als over de ‹goddeloze jood›, laat Westerink zien hoe Freud worstelt met de joodse religie en haar mythische wortels. Een voorbeeld hiervan is dat Freud in zijn beschrijving van de Mozes van Michelangelo het opvallende detail van de mythische hoorntjes negeert. Aan het eind van zijn leven kent Freud in Totem en taboe de joodse religie een bijzondere plaats onder de religies toe. Het is interessant te lezen hoe Freud mythische elementen in de joodse religie wegpoetst, en haar tot een godsdienst verklaart die van aanvang af monotheïstisch is g