You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een jaar lang verkondigden trots wapperende banieren in de tuin van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut de herdenking van Freuds geboorte in 1856. De voorheen ivoren toren zette zelfs op een middag in september zijn deuren wagenwijd open voor de buurtbewoners en andere geïnteresseerden. De boodschap was duidelijk: de volgelingen van Freud hebben wat te bieden en niets te verbergen. Het is niet zonder reden dat deze terugblik op het afgelopen Freudjaar start met de banieren in de tuin van het NPI. Daar zetelde namelijk het organisatorisch centrum van het Freudfestival 2006, waaraan medewerkers van het NPI en leden van analytische verenigingen samenwerkten. De toonzetting van hun publiciteitsoffensief was positief, en de rituele klaagzang over ‹de crisis in de psychoanalyse› of ‹de analysevijandige buitenwereld› werd niet in stelling gebracht. Zo moet dat, lijkt mij, en aan die toonzetting is wellicht ook een veranderde opstelling van de psychoanalytische beweging in Nederland af te lezen. In dit artikel wordt de indrukwekkende hoeveelheid activiteiten besproken, die in het kader van het Freudjaar plaatsvonden.
De opening van het festival vond plaats op 6 mei, Freuds geboortedag, met een feestelijke bijeenkomst in het zonovergoten Leiden. De Indiaas-Amerikaanse psychoanalyticus Salman Akhtar was gevraagd een inleiding te houden over ‹psychoanalyse en maatschappij›, waarin de actualiteit van Freuds gedachtegoed voor de behandeling van complexe emotionele problematiek aan de orde zou komen. Met deze lezing zou Akhtar de thematische aftrap geven voor een festival waarin de psychoanalyse als een belangrijke en actuele inspiratiebron centraal zou staan. Tot ieders verrassing associeerde hij echter losjes over de persoon Freud zelf, diens kwaliteiten belichtend aan de hand van de spiegelmetafoor voor de therapeutische attitude. Een onverwachte wending, maar hij gaf zo wel invulling aan het feit dat zijn causerie de ‹eerste Freudlezing› was, namelijk een in het vervolg