You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 11 november 2006 werd in het Lemmensinstituut, het conservatorium van Leuven, het zeventiende symposium gehouden van de Nederlands-Belgische Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Onderwerp was ditmaal, zeer toepasselijk, de relatie tussen psychoanalyse en muziek. Ruim honderd belangstellenden kregen een mengsel van lezingen, muziekuitvoeringen en workshops voorgeschoteld dat merendeels met veel aandacht en plezier genoten werd. De openingslezing, door Jan Van Camp en Claude Van Reeth, had de vorm van een—goed in scène gezette—conversatie tussen beide heren over Muziek en affect. Zij bestreden het stereotiepe idee dat muziek de uiting van de affecten van ons ‹Ik› zou zijn. Het omgekeerde is eerder waar: affect is oorspronkelijker en maakt de innerlijke ervaring mogelijk waaruit ons ‹Ik› voortkomt. Dat innerlijk manifesteert zich als ontlading, als intensiteit, als herhaling en ritme. Pas daar gaat muziek een rol spelen. Na deze geslaagde opening liet componist Piet Swerts, als schepper van muziek, de toehoorders een blik werpen in zijn werkkamer. Hij gaf een prachtige uitvoering van de pianosonate, opus 10, n. 1, van Beethoven, en speelde daarna de première van een hierop geïnspireerde eigen compositie. De parallellen tussen de klassieke en de (post)moderne sonates kwamen duidelijk naar voren, de verschillen werden verhelderd door het commentaar van de componist. Dit concentreerde zich rond het probleem van de klank—wanneer worden klanken als muziek ervaren? — en van de tijd—welke rol speelt tijd in onze muzikale ervaring?
Na de lunch bracht Hubert Van Hoorde het publiek terug naar de psychoanalyse, met de vraag van de dag: wat kan de psychoanalyse zeggen over muziek? Lacans ideeën stonden daarbij centraal. Ook deze spreker bewandelde de weg van de negatie. Na de stelling van zijn voorgangers dat muziek niet de expressie is van gevoelens, was het zijn opvatting dat muziek ook niet beschouwd moet worden als een taal, zoals zo vaak en zo gemakkelijk gedaan wordt. Natuu