You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Van tijd tot tijd zorgt de psychoanalytische auteur Franz Maciejewski voor opschudding. Zo publiceerde hij in de Frankfurter Rundschau van 28 september 2006 bewijs dat Freud en zijn schoonzuster Minna Bernays een verhouding hadden. Tijdens hun eerste gemeenschappelijke reis verbleven Sigmund en Minna drie dagen in het stadje Maloja, in hotel Schweizerhaus. Op 13 augustus 1898 vermeldt het gastenboek van het hotel bij nummer 11, een tweepersoonskamer, in Freuds handschrift: ‹Dr Sigm Freud u Frau / Wien›. De datum stemt overeen met die op een briefkaart die Freud daarvandaan aan zijn vrouw Martha stuurde. Het bericht werd door de International Herald Tribune — Europe van 24 december 2006 overgenomen nadat men de gegevens bij de hotelier gecheckt had (iht.com). Op 13/14 januari 2007 plaatste NRC Handelsblad het bericht onder het kopje ‹Dr. Sigmund Freud reed scheve schaats› en een foto van — ironisch genoeg—een al zeer oude Freud met als bijschrift ‹Hard bewijs: Freud pleegde overspel›. Maar hoe hard is het bewijs? Zou men niet beter kunnen spreken van een belangrijke aanwijzing? Hoe dan ook, de Freudbiograaf Peter Gay, die altijd sceptisch geweest was over een verhouding tussen Sigmund en Minna, zei nu tegen de International Herald Tribune dat hij zijn mening zou moeten herzien. Tot nog toe deden de meeste ‹serieuze› Freudbiografen elke aanwijzing in de richting van een verhouding tussen Sigmund en Minna af als Freud-bashing en stelden mensen die zoiets beweerden (o.a. Jung) in een kwaad daglicht.
Wat betekent dit bericht? Kan men het bij de constatering laten dat een omstreden kwestie waarschijnlijk is opgelost en overgaan tot de orde van de dag? Weliswaar is de waarde van het psychoanalytische gedachtegoed niet in het geding, maar toch. Kan het beeld van de alom beschreven harmonie in huize Freud nog langer stand-houden? Maciejewski's archiefvondst is in ieder geval een bevestiging van het belang van het tweevro