You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Mein Onkel Sigmund Freud werd tussen november 1944 en herfst 1947 in Londen geschreven, maar pas recentelijk uitgegeven. Waarom heeft dat zo lang geduurd? Blijkbaar bestond er destijds onvoldoende belangstelling voor. Het is helemaal niet onthullend of kwaadaardig, eerder iets te gewoon wellicht. Lilly Freud-Marlé is een dochter van Freuds zus Marie/Mizzi; de naam Freud heeft ze van haar vader, die een neef was van Sigmund en Mizzi. De oomzegster Lilly was een destijds bekende voordrachtskunstenares die had kunnen uitwijken naar Londen. Daar maakte zij de zestien maanden van Freud mee en na zijn dood bleef ze op de Londense Berggasse (ook Maresfield Gardens loopt bergop) komen, waar ze vooral contact had met haar tante Martha, de weduwe van Sigmund. De weergave van die gesprekken maakt op mij een authentieke indruk. De stelling van haar boek luidt: de beroemde Freud maakte deel uit van een grote familie, waarmee hij zeer verbonden was en die niet mag worden vergeten. Dit alles krijgt een extra dimensie tegen de achtergrond van de poging tot uitroeiing van het Europese jodendom door de nazi's: vier zusters van Freud, onder wie Marie/Mizzi, werden in concentratiekampen vermoord. Het beeld van haar grote, beroemde oom Sigmund wordt geïdealiseerd. Maar duidelijk wordt dat hij zeer betrokken was op zijn uitgebreide familie en iedereen met raad en daad bijstond zoveel als in zijn vermogen lag. Allerlei brieven en briefjes in dit boek