You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
‹Het geweten heeft tot taak ervoor te zorgen dat het goed met je gaat› .1
Bevindingen uit een onderzoek naar de gewetensontwikkeling van een groep kleuters vormden de aanleiding voor dit artikel. Een beknopte beschrijving van een gedeelte van het onderzoek en een beknopt overzicht van het wetenschappelijke onderzoek op het gebied van de gewetensontwikkeling worden gevolgd door een bespreking van enkele nieuwe inzichten die uit het onderzoek van het jonge kind voortkomen. Meer in het bijzonder wordt het model besproken dat Robert N. Emde voor de morele ontwikkeling heeft voorgesteld. Ten slotte volgt een beschouwing over onze onderzoeksresultaten in het licht van de besproken theoretische uitgangspunten.
Bij een groep van honderdvier kinderen van vijf jaar oud zijn we nagegaan hoe zij zich zouden gedragen wanneer zij, zonder het toezicht van een volwassene, de keuze hadden tussen eerlijk en oneerlijk spel, waarbij het laatste hun een prijsje of snoep zou opleveren. Daartoe werden twee ‹foetelspellen› (‹cheating games›) met hen gespeeld. Dit gebeurde in het kader van een longitudinaal onderzoek naar factoren die de gewetensontwikkeling gunstig of ongunstig kunnen beïnvloeden.2
Het onderzoek vormt een zelfstandig onderdeel van een veel groter onderzoeksproject, dat is begonnen door prof. dr. Marianne Riksen-Walraven, verbonden aan de afdeling Ontwikkelingspsychologie van de Radboud Universiteit te Nijmegen, in 1997. Hiermee wordt een heel scala van factoren die de kinderontwikkeling beïnvloeden onderzocht. Over dit onderzoek zijn al enkele publicaties verschenen (o. a. proefschriften van Van Bakel, 2002, en Smeekens, 2007, en een zestal artikelen). Het onderzoek startte met honderdnegenentwintig