You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Diverse disciplines hebben zich vanouds over creativiteit en creatieve processen gebogen, en op dit moment gebeurt dit meer dan ooit. In de cognitieve en neurowetenschappen verschijnen talloze werken die het geheim van de creativiteit proberen te ontrafelen. Kunstzinnige schepping wordt hier in verband gebracht met het vormgeven van betekenis. Dromen, fantasieën, overdracht en het literaire of visuele kunstwerk zijn volgens Lois Oppenheim metaforische interacties tussen innerlijke representaties en het lichamelijke zelf. Creativiteit hangt in deze visie samen met het bewustzijn, dat door creatieve activiteiten wordt gereguleerd (Oppenheim 2005, p. 29-30). Recente stromingen in de psychoanalyse richten zich meer op onbewuste processen en bieden andere inzichten in dit fascinerende probleem. Christopher Bollas bijvoorbeeld onderzoekt hoe de producten van kunst en literatuur als terugkerende ‹geesten› invloed blijven uitoefenen op het dichte psychische weefsel van de menselijke ervaring (Bollas 2003, p. 4-5).
Er zijn vele visies op creativiteit en ook vele manieren om naar creativiteit te kijken. Waar Antoine Mooij zich bezighoudt met taal, verlangen en de receptie van kunst, ben ik vooral geïnteresseerd in de processen die zich bij de kunstenaar afspelen en tot creativiteit leiden. Terwijl de vroege psychoanalyse zich concentreerde op sublimatie, afweer, identificatie en reparatie, spelen begrippen als ‹trauma› en ‹herhalingsdwang› een belangrijke rol in nieuwe zoektochten naar de wortels van creativiteit. Kunstenaars en schrijvers spreken zelf vaak over creativiteit als een middel om depressie, waanzin of zelfs suïcide van zich af te houden, een uitgangspunt dat ik volledig onderschrijf, en dat één of meerdere traumatische momenten in hun leven vooronderstelt. In mijn ogen zou creativiteit geschematiseerd kunnen worden als een aantal cirkels die elkaar doorkruisen, waarbij het trauma als een kern functioneert die deels in elke cirkel aanwezig is. De cirkels vertegenwo