You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Binnen de psychoanalyse is er altijd aandacht voor ‹kunst› geweest. Voor een deel betrof die het creatieve proces van de kunstenaar, voor een ander deel het werk zelf en duiding ervan. Het eerste probleemveld zal hier niet besproken worden: dat komt aan de orde in de bijdrage van Solange Leibovici. In dit artikel zal de nadruk liggen op het werk zelf. De persoon van de auteur en diens creatieve processen zijn tussen haakjes gesteld. Wel komt de relatie tussen het werk en de lezer aan de orde. Wat maakt dat de één geraakt wordt door het oeuvre van een dichter als Gerrit Achterberg met zijn steeds terugkerende thema van de dode geliefde die door de dood heen hervonden moet worden, terwijl een ander zich hierbij verveelt? Wat maakt dat de één toch getroffen wordt door de hopeloze zoektocht van Reve en de ander daar vooral aanstellerij in ziet? De psychische gesteldheid van de schrijver of dichter is bij dit type van vragen niet van belang. Van belang zijn twee andere, abstractere vragen. Ten eerste: ‹Wat is dat eigenlijk, een kunstwerk, een literair werk?› Dit wordt besproken aan de hand van de filosofie van Ricœur, die een fenomenologische visie biedt. Bij de tweede vraag: ‹Hoe kan dat, geraakt worden door een boek, een beeldje, hoe is dat mogelijk?› kan de psychoanalyse in beeld komen. Kan de psychoanalyse iets zeggen over dat geraakt worden? Deze vraag wordt besproken op geleide van Lacans versie van de psychoanalyse (voor zover men in zulke grove termen spreken kan). Filosofie en psychoanalyse komen dus beide vanuit een beperkt perspectief naar voren. Voor de lezer die enigszins vertrouwd is met het werk van Lacan en Ricœur zal dit gedeelte niet veel nieuws brengen. Beide vragen zullen hier niet uitputtend behandeld kunnen worden: daarvoor is het gebied veel te groot. Wat hier geboden wordt, is een fragment van, een aanzet tot, een psychoanalytisch georiënteerde kunstfilosofie, waarbinnen ik mij beperk tot overwegingen bij de literatuur en slechts incidenteel verwi