You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De afgelopen maanden speelde in Nederland een heftige polemiek in de kranten naar aanleiding van het verschijnen van Het Marokkanendrama, een boek van journaliste-filosofe Fleur Jurgens over de verloren generatie Marokkaanse jongeren in Amsterdam-West. ‹Een snel groeiende onderklasse van Marokkaanse jongeren zorgt daar voortdurend voor overlast: van tasjesroof tot intimidatie van buurtbewoners. In Amsterdam verlaten bijna zeven op de tien Marokkaanse jongeren het onderwijs zonder bruikbaar diploma, veertig procent is werkloos, en een op de tien staat bij de politie als verdachte geregistreerd. Bijna een op de drie jongens in justitiële jeugdinrichtingen is van Marokkaanse afkomst› (Jurgens 2007, p. 9). In mijn werk als forensisch rapporteur kom ik inderdaad regelmatig in contact met Amsterdamse jongeren met een Marokkaanse achtergrond en ik heb de discussie in de media geïnteresseerd gevolgd. Ook bezocht ik een uitverkochte discussieavond in De Rode Hoed, waar door het panel de vloer werd aangeveegd met de onwetenschappelijkheid van Jurgens' werkwijze en het gemak waarmee ze verstrekkende conclusies trok. De keus voor de titel Het Marokkanendrama leek mede te zijn ingegeven door de wens van de opdrachtgever, de onderzoeksgroep Politie en Wetenschap, dat er ‹iets prikkelends› uit moest komen. Op dezelfde wijze werd twee jaar geleden de boektitel voor een al lopend onderzoek naar gezinnen in Amsterdam-West na de moord op Theo van Gogh door Mohammed B. om publicitaire redenen plotseling veranderd in: Onzichtbare ouders — De buurt van Mohammed B. (Kleywegt 2005).
De hoge schooluitval is onrustbarend, net als de hoge werkloosheid onder die jongeren. Het is inderdaad een drama als zeventig procent van de Marokkaanse jongeren niet de uitdaging voelt en aangaat om zijn school af te maken en zichzelf daardoor in een mager toekomstperspectief plaatst. Dat tien procent van de jongens als ‹verdachte› staat geregistreerd, zegt mij wat minder. Tegenwoordig gebeurt dat namelijk ook