You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In Dimensions of psychotherapy, dimensions of experience onderzoeken zestien auteurs, samen met twee redacteurs, de ‹dimensies› van de psychotherapie en van de ervaring in het algemeen: tijd, ruimte, getallen en geestestoestand.
Tijd speelt een belangrijke rol in het leven, en natuurlijk ook in de psychotherapie. Volgens Ravenscroft is het onbewuste niet zo ‹tijdloos› als Freud beweerde: het zou een ingeboren tijdsgevoel bevatten, dat, zowel bij individuen als groepen, vorm geeft aan de levenscyclus. De auteur schenkt ook aandacht aan fenomenen die verband houden met belangrijke verjaardagen. Soms zijn we ons heel bewust van het voorbijgaan van de (lineaire) tijd, op andere ogenblikken minder. Stadter beschrijft de schommelingen die deze tijdsbeleving kan ondergaan, in het bijzonder bij traumapatiënten en in de therapeutische sessie. Johnson onderzoekt de ‹slechte oneindigheid›, een probleem van narcistische patiënten in hun omgaan met tijd. Setton en J. S. Scharff ten slotte tonen het belang aan van tijd — en volhardingsvermogen — in de psychotherapeutische bedrijvigheid.
Ook ruimte is essentieel voor het leven, als referentiepunt, als mogelijkheid en als re-eel gegeven. Anderson toont hoe sommige patiënten heel expliciet de fysische ruimte van onze spreekkamer gebruiken, als container of als transitioneel object. Rovner beschrijft het effect op de therapie van veranderingen in het psychotherapeutische kader, in het bijzonder de verhuizing van de therapeut. Hopper ontwikkelt, als groepstherapeut, een theorie over ‹onsamenhangendheid› (‹incohesion›), die Bions drie ‹basisveronderstellingen› (afhankelijkheid, vechten/ vluchten en ‹pairing›) zou moeten aanvullen: de samenhang van de groep kan namelijk ook verloren gaan, door ‹aggregatie› (de groep wordt dan onsamenhangend als een handvol kiezels) of door ‹massificatie› (hysterische idealisering van groep en leider). Zalusky wijdt een hoofdstuk aan het gebruik van de telefoon bij psychotherapie en supervisie, een praktij