You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In The practice of psychoanalysis onderneemt Thierry Bokanowski een poging om de praktijk van de moderne psychoanalyticus te omschrijven. Het is zowel een hommage aan het genie van Freud als een interessante schets van de uitwerking van zijn theorieën door latere auteurs. De schrijver heeft een grote kennis van het werk van Ferenczi en hij benut deze gelegenheid om de kern van het dispuut tussen Freud en zijn opstandige leerling te verdiepen in het licht van hun biografische gegevens en hun complexe relatie. Ferenczi was in analyse bij Freud tussen 1914 en 1916, en verweet hem in een brief in 1930 dat zijn negatieve overdrachtsneurose niet voldoende geanalyseerd werd. Hoofdzakelijk tussen 1920 en 1930 werkte Ferenczi zijn theoretische hypothesen uit en pleitte voor een meer actieve (of elastische) techniek. Hij verbreedde de thematiek van de ‹verleiding› door de etiologische invloed van trauma te duiden als ‹mentale verkrachting› van het kind door de volwassene, of ‹spraakverwarring› tussen hen beiden, of ten slotte als de ontkenning door de volwassene van de ‹wanhoop› van het kind.
Het theoretische testament van Freud, De eindige en oneindige analyse uit 1937, en tegelijk zijn postume antwoord aan de inmiddels overleden Ferenczi, neemt een belangrijke plaats in in dit boek. Wát bedoelen we precies wanneer we tegenwoordig spreken van ‹het beoefenen van de psychoanalyse›: datgene wat de analyticus doet in de sessie, de toegepaste methodologie, of de onderliggende theorie waarop deze praktijk gebaseerd is? Hiermee wordt meteen duidelijk hoe theorie, techniek en praktijk intiem met elkaar verweven zijn. Elke analyticus wordt geconfronteerd met het hiaat tussen theorie en praktijk en voelt daarom de behoefte om regelmatig het isolement van de consultatieruimte te verlaten en samen met collega's gerezen twijfels te toetsen. De controverse tussen Freud en Ferenczi (van 1927 tot 1933, bij de voortijdige dood van Ferenczi) centreert zich rond dit spanningsveld praktijk-theor