You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Als leidraad voor mijn commentaar op het artikel van Vermote heb ik de volgende vragen genomen:
▸ Wat zijn de opvallendste resultaten?
▸ Hoe verhouden zich de onderzoeksresultaten tot wat ik in de praktijk meemaak?
▸ Hoe kijk ik als therapeut aan tegen dergelijk onderzoek?
Specifiek onderzoek over het gebruik van de divan bestaat niet, wel over de klassieke analyse in het algemeen. De vraag of langdurende therapie effect heeft in termen van klachtafname wordt in de diverse effectiviteitsonderzoeken eenduidig positief beantwoord (Fonagy 2002). Deze tonen een dosis-responsrelatie aan: langdurende behandeling heeft meer resultaat dan kortdurende. Kijken we naar maten die ontwikkeld zijn op basis van doelen van psychoanalyse, zoals de mogelijkheid relaties aan te gaan, vaardigheid voor zelfreflectie en creativiteit en arbeidsvermogen, dan wordt er geen verschil gevonden in eindeffect tussen wie in analyse en wie in psychotherapie gaat (Leuzinger-Bohleber 2002). Follow-uponderzoek lijkt aan te tonen dat er sprake is van een ‹narijpingseffect›, in de zin van een blijvende vermindering van klachten en minder ziekteverzuim. Een niet onbelangrijke uitkomst in dit tijdperk waarin de langdurende therapieën onder druk staan.
Onderzoek toont óók aan dat systematisch toetsen van psychoanalytische concepten en processen door middel van vragenlijstmethodes en experimenteel onderzoek wel degelijk mogelijk is en ook theoretisch en therapeutisch relevant kan zijn. Het onderzoek naar klinische behandeling bij persoonlijkheidsstoornissen van Vermote (2005) is daar een voorbeeld van. Niet de ernst van de pathologie maar de persoonlijkheidskarakteristieken blijken het verschil in klinische uitkomst en in het psychoanalytische proces te verklaren (Blatt & Auerbach 2001, 2003). De twee clusters komen overeen met het anaclytisch relatiegerichte en vaak afhankelijke type enerzijds en het vermijdende, zelfdefiniërende autonome introjectieve type anderzijds (Blatt