You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De psychoanalyse ontstond in een tijd waarin sociale aanwezigheid vanzelfsprekend samenviel met fysieke aanwezigheid. Nu zijn er technologisch gemedieerde vormen van sociale aanwezigheid, per telefoon of per computer. Zo is er telepresentie, waarbij ieder in zijn eigen wereld blijft maar men elkaar wel ziet en spreekt, zoals in een videoconferentie; of virtuele aanwezigheid, waarbij meerdere mensen tegelijkertijd deelnemen aan de creatie van een virtuele wereld, zoals in het computerspel Second Life.1
Wat zijn de consequenties van deze verschillende mogelijkheden van aanwezigheid voor de moderne psychoanalytische behandelpraktijk?
Hoewel een enkele maal over telefoonanalyses gepubliceerd wordt, lijkt deze vraag onder analytici nauwelijks aan de orde. Voor een analytische behandeling lijkt de fysieke aanwezigheid een vanzelfsprekend uitgangspunt; non-verbale en paraverbale informatie wordt van het grootste belang geacht bij de ontdekkingstocht naar onbewuste processen. Freud verwoordde dit in 1905 als volgt:
Toen ik mij tot taak stelde aan het licht te brengen wat mensen verbergen […] door het af te leiden uit wat zij zeggen en laten blijken, hield ik de taak voor moeilijker dan zij werkelijk is. Wie ogen heeft om te zien en oren om te horen, kan zich ervan overtuigen dat stervelingen geen geheim kunnen verbergen. Wie met zijn lippen zwijgt, babbelt met zijn vingertoppen; uit al zijn poriën dringt het verraad naar buiten. En daarom is de taak, bewust te maken wat in het diepst van de ziel verborgen ligt, heel goed te volbrengen (Freud 1905, p. 106).
In dit artikel gaat het om een verkenning van de mogelijkheden van communicatietechnologie binnen een analytische therapie en/of psychoanalyse. Wat betekent het voor een psychoanalytische behandeling als we het babbelen van