You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 10 november 2006 vond onder auspiciën van de Psychoanalytische Kern Noord-Brabant en Zeeland en de Psychoanalytische Kern Limburg het zevende PAK-symposium plaats. Twee ‹nieuwe› psychoanalytische behandelvormen stonden centraal, de Transference Focused Psychotherapy (TFP, ontwikkeld door een groep rond Kernberg), en de Mentalization Based Treatment (MBT, ontwikkeld door Fonagy en Bateman). Deze benaderingen verschillen in de visie op de structuur van de persoonlijkheid en de rol van de therapeut. Zowel de verschillen als de overeenkomsten zouden in de voordrachten en workshops aan de orde komen.
Jacques van Hoof presenteerde allereerst op een uitgesproken en levendige wijze een neurobiologisch ontwikkelingsmodel, bedoeld om persoonlijkheidsontwikkeling en psychotherapie-effecten beter te kunnen begrijpen. Hij besprak met name het anticipatoire systeem, een in evolutionair opzicht laat ontwikkelde functie, waarin intentionaliteit centraal staat en dat uniek is voor bepaalde apen en de mens. In een psychotherapeutische behandeling wordt een patiënt deels bevredigd in zijn behoeftes, maar daarnaast, en dat is van essentieel belang, wordt het verlangen benoemd, zodat een alsof-wereld kan ontstaan. Van Hoof liet in een rap tempo verschillende neurobiologische, evolutionaire en ontwikkelingspsychologische thema's de revue passeren.
Hierna volgden meer op de klinische praktijk gerichte lezingen. Anthony Bateman opende zijn lezing over MBT met een uiteenzetting van enkele centrale concepten die verband houden met mentaliseren, zoals ‹psychische equivalentie›, de ‹alsof-modus› (‹pretend mode›) en de ‹teleologische positie› (‹teleological stance›). Hij wist het publiek vooral te boeien toen hij sprak over de wijze waarop hij zijn Mentalization Based Treatment, een deeltijdbehandeling voor borderlinepatiënten in Londen, vorm geeft.
De therapeut is voortdurend georiënteerd op veranderingen in het niveau van mentaliseren bij de patiënt in de sessie. Samen met de patiënt wordt st