You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wat kunnen wij winnen bij een gesprek tussen psychoanalyse en godsdienst?, luidt de vraag op het omslag van Psychoanalysis and religion in the 21st century. Gewoonlijk gaan publicaties over dit thema uit van theologische zijde, maar dit boek verscheen in de reeks van het London Institute of Psychoanalysis. Dat wijst op een ontwikkeling: er bestaat blijkbaar belangstelling voor het onderwerp in psychoanalytische kringen en voor de uitgever kan het commercieel interessant zijn. Black, de redacteur, levert een breed spectrum van onderwerpen. Hijzelf bespreekt de ‹contemplatieve positie› in dezelfde zin als de depressieve of de paranoïde-schizoïde positie; ze wordt voor alles gekenmerkt door tolerantie voor frustratie, angst en consternatie en de bereidheid tot beschouwen eerder dan tot handelen. Britton biedt een studie over het Bijbelboek Job die eindigt met ‹Waar Boven-Ik was moet Ik komen› (p. 95). David Millar heeft het over A Christmas carol van Dickens. Frosh schrijft over psychoanalyse en jodendom in seculiere en religieuze zin; Epstein gaat in op de verhouding tussen boeddhisme en psychoanalyse, vooral in het werk van Winnicott; een ander bespreekt psychoanalyse en de Vedanta in het hindoeïsme. Yoga en de vergelijking tussen zen, meditatie en vrije associatie ontbreken niet. Bion (met name zijn O) en de Italiaanse analyticus Matte Blanco passeren de revue. Freuds negatieve houding tegenover godsdienst wordt in verband gebracht met zijn getroebleerde relatie met zijn moeder (p. 135 e. v.). De besproken onderwerpen bestrijken een breed gebied en de auteurs verschillen soms radicaal van mening. Het is ondoenlijk deze substantiële bundel samen te vatten en de verschillende auteurs recht te doen. Ik zal slechts enige inhoudelijke reflecties bijeenzetten die ik gedeeltelijk aan dit boek ontleen.
Freud was een Joodse stoïcijn. Hij stelde geloof en wetenschap tegenover elkaar: het eerste is een oncontroleerbare illusie, het tweede kan tastbare resultaten laten zien. Het