You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In Neurotische en perverse processen benoemt Ubbels nog eens overzichtelijk de diverse ingrediënten van de perversie en biedt hij met de drie vignetten openhartig een blik in zijn analytische keuken. Hij maakt duidelijk hoe ingewikkeld dergelijke problematiek is en ook hoe de analyticus dwingend uitgenodigd wordt in het sadomasochistische universum en de ‹omgekeerde wereld› van de analysant binnen te treden. Zoals hij demonstreert gaat het hier om een (zelfgevoel)thematiek die bij elke analysant tevoorschijn kan komen en die vermengd kan zijn met meer neurotische pathologie. Het is de verdienste van dit artikel dat het veel stof tot nadenken biedt. Het nodigt mij uit tot een tweetal onderling gerelateerde kanttekeningen, een epistemologische en een klinisch-technische, die in het verlengde liggen van het betoog van de auteur.
Het psychoanalytische werkelijkheidsbegrip heeft een geschiedenis vanaf Freud, die op een tamelijk eenvoudige manier een scherp onderscheid maakte tussen de psychische realiteit (voor hem gelijk aan het onbewuste) en