You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De tekst van Jaap Ubbels confronteert ons met de complexiteit van de klinische realiteit. De auteur illustreert immers aan de hand van drie klinische vignetten wat hij noemt ‹de werkzaamheid van neurotische en perverse processen bij drie neurotische subjecten› en de invloed daarvan op de overdracht. We beperken ons hier tot de vraag naar de processen of mechanismen: [1] is er in de klinische vignetten werkelijk sprake van het tegelijkertijd werkzaam zijn van neurotische (verdringing) en perverse (loochening) mechanismen bij een neurotisch subject dan wel van een gedeeld, gemeenschappelijk mechanisme binnen de neurose en de perversie, van een nog te onderscheiden transstructureel mechanisme, [2] of gaat het over neurotici die perverse trekken vertonen maar bij wie er in feite enkel sprake is van werkzame neurotische mechanismen?
[1] Wanneer we ons vanuit Freuds oeuvre buigen over het vraagstuk van de organisatie van de psyche in de perversie dan kunnen we daarin inderdaad twee onlosmakelijk met elkaar verbonden mechanismen onderscheiden: enerzijds de loochening en anderzijds de splitsing van het Ik. Beide dienen noodzakelijkerwijs bestudeerd te worden in het kader van de metapsychologie en de tweede topiek. Freud probeerde namelijk om voorbij de perverse fenomenologie een structuur in de organisatie van het subject terug te vinden en maakte daarbij de overgang van een louter descriptieve benadering van de seksuele perversies naar het paradigma van een organisatie van het Ik gebaseerd op een splitsing. In de reconstructie van de wijze waarop Freud gebruik maakt van de (ver)loochening zien we een constante die als een rode draad door de verschillende teksten heen loopt: het loochenen wordt steeds in verband gebracht met het vraagstuk van het realiteitsverlies en de afweermechanismen van het Ik. Het realiteitsverlies is echter op zich geen distinctief kenmerk voor de perversie, het doet zich evengoed voor in de neurose en de psychose. Het gaat evenmin om een kwantitatief