You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Naarmate ik langer als analyticus werkzaam ben, raak ik meer doordrongen van het onlosmakelijk verbonden zijn van psychoanalyse en desillusie. En dan bedoel ik niet de desillusie in de psychoanalyse — ook dat komt voor — maar de psychoanalyse als een psychologie van de desillusie. Vanuit die optiek fungeert de analyticus in belangrijke mate als ‹desillusionist›, een opvatting die ik hierna zal proberen toe te lichten.
‹Ik ben negen jaar. Bij het opstaan hoor ik dat mijn oma dood is. Ze is die nacht gestorven in het ziekenhuis. Mijn moeder zit stil aan tafel. Op weg naar school loop ik langs het huis van mijn grootouders. Mijn opa komt naar buiten: ‹Wat erg hè!› Later in de klas begin ik plotseling te huilen. Ik lig met mijn hoofd op mijn armen. De onderwijzer zegt: Laat hem maar even, zijn grootmoeder is dood.›
Dit is een fragment uit de levensbeschrijving die de heer A. maakte, voorafgaand aan zijn psychoanalyse. Het verwijst naar een tijdstip in zijn leven waarop hij onontkoombaar werd geconfronteerd met de dood, in dit geval de dood van iemand die voor hem van levensbelang was. Zijn ouders waren al jarenlang gescheiden en met zijn vader had hij nauwelijks contact. Zijn moeder richtte zich vooral op haar werk en liet de verzorging en opvoeding van de drie kinderen aan haar moeder over. In de behandeling probeerden we ons op grond van zijn gedragingen, fantasieën en herinneringen samen een beeld te vormen van wat er bij hem vanbinnen gebeurd kon zijn, toen zijn grootmoeder plotseling dood ging. De heer A. kon dit verlies alleen verdragen door gebruik te maken van de troost die hem op dat moment ter beschikking stond. Zoals bij kinderen dikwijls het geval is, betekende dit voor hem dat hij op zichzelf was aangewezen en zijn toevlucht nam tot zijn vermogen om te fantaseren. Als hij zich eenzaam en verdrietig voelde, zat hij vaak te lezen in jaargangen van Het Leven — een tijdschrift uit het interbellum van de vorige eeuw — die door zijn grootvader waren ingeb