You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ook als het broeikaseffect wintersport onmogelijk maakt blijft er voldoende reden om Zwitserland aan te doen, en wel voor een weekendbezoek aan het recent geopende en nu al wereldberoemde Zentrum Paul Klee in Bern. Bij het symposium ter gelegenheid van de opening van dit eldorado in 2005 spraken twee Duitse psychoanalytici, bekend van hun publicaties over Klee: Anita Eckstaedt en Joachim Danckwardt. Van de laatste is in de eenenvijftigste editie van het Jahrbuch der Psychoanalyse een geïllustreerd artikel in de rubriek ‹toegepaste psychoanalyse› opgenomen.
Maar eerst een bloemlezing uit de klinische stukken. Ronald Britton tracht in Emancipatie van het Boven-Ik — Een klinische studie over het boek Job een vereenvoudigde visie te geven op de situatie waarin het Ik en het Boven-Ik vijandig tegenover elkaar staan. Het theoretische gedeelte is desondanks wat cryptisch maar de onderlinge ontwikkeling van de concepten wordt helder in Brittons psychoanalytische exegese van het Bijbelverhaal van Job die, getroffen door rampspoed en afzichtelijke huiduitslag, God ter verantwoording roept. Aan het meest gebruikte Freudcitaat, ‹Wo Es war, soll Ich werden›, voegt Britton als apotheose stoutmoedig toe: ‹Het kan helpen voor het aardse leven functies te claimen die de goden worden toegeschreven: ‹Wo Über-Ich war, soll Ich werden›› — de dialoog van Job met zijn God als metafoor van de innerlijke onderhandelingsrelatie tussen Ik en Boven-Ik.
Rosine Jozef Perelbergs bijdrage Narcistische configuraties — Geweld en zijn afwezigheid in de behandeling gaat over Freuds Ter inleiding van het narcisme, dat zij als omslagpunt in de psychoanalyse ziet vanwege de radicale verandering van het concept ‹Ik›. Aanschouwelijk wordt de dynamiek beschreven waarbij de vroegkinderlijke oerervaring zich herhaalt in wat men zou kunnen noemen de ‹attunement in de taal› tussen analysant en analyticus. Dit artikel vormt een organische overstap van Brittons bijdrage naar het artikel van Lotte Köhler, de psychoa