You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoewel in dit tijdschrift zelden wordt stilgestaan bij persoonlijke geschiedenissen, dwingt het recente overlijden van Jan Groen tot een uitzondering op deze gewoonte. Jan Groen was lange tijd gezichtsbepalend voor het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap. Hij haalde het toenmalige Psychoanalytisch Instituut Utrecht uit de riagg-vorming en stond aan de wieg van de nu traditionele psychoanalytische symposia in Utrecht. Groen schreef een aantal boeken en was actief als psychoanalyticus, bestuurder en opleider. Zijn overlijden is niet alleen een verlies voor de leden van het npg, maar ook voor veel andere Nederlandse analytici.
Vlaamse analytici zijn toch wel duidelijk van een ander slag dan Vlaamse politici: de laatstgenoemden komen maar niet tot regeringsovereenstemming, maar de Vlaamse collegae in het Tijdschrift van Psychoanalyse zijn zeer slagvaardig. Gezien het feit dat zestien van de eenentwintig bijdragen in het eerste nummer van dit jaar van de hand van Vlamingen zijn, zou er zelfs sprake kunnen zijn van een redactioneel Vlaams Blok. Gelukkig laten de statistieken van de vier nummers van jaargang 2007 zien dat het evenwicht optimaal was, met vijfenveertig bijdragen van Nederlandse en eenendertig van Vlaamse hand (verdeling ongeveer conform het abonneebestand). Laat ik niet spreken van een trendbreuk, daarvoor is het nog te vroeg.
Hoewel, ook de gemiddelde geografische locatie van het redacteurenbestand schuift zuidwaarts op, nu we noodgedwongen afscheid hebben genomen van drie redacteuren die hun zittingstermijnen erop hadden zitten. Het meest noordelijk wonende redactielid, Mary Hoxe, bracht in de vergaderingen vaak de gewone, Friese nuchterheid in: ‹Nou, ik zie anders helemaal niet waarom dat zo zou zijn.› Daar stond dan weer de wijze, integrerende inbreng van Antoine Mooij tegenover, die meestal na enig zwijgen op zachte, bescheiden toon een conclusie ten beste gaf. Niet zelden begon zo'n zin met: ‹Zou het niet zo kunnen zijn, dat …›, waarop de voltallige