You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De dienst Klinische Psychotherapie voor Persoonlijkheidsmoeilijkheden (KLIPP) van het Universitair Centrum Sint-Jozef te Kortenberg maakt er een erezaak van om het kruim van de huidige analytische wereld op bezoek te hebben. Na Marco Chiesa, Salman Akhtar en Antonino Ferro was er nu een plaats op de sofa gereserveerd voor Howard B. Levine. Deze belichtte het thema ‹tijd en tijdloosheid› in de psychoanalytische psychotherapie. Voor diegenen die het laatste EPF-congres (maart 2007, te Barcelona) hadden gemist, was het een unieke gelegenheid om kennis te nemen van Levines bijdrage. De enthousiaste introductie van KLIPP-diensthoofd Rudi Vermote stond enigszins in contrast met de academische nuchterheid waarmee Levine het talrijk opgekomen publiek onmiddellijk bij de les bracht. ‹Gelukkig› kon iedereen zijn lezing woordelijk mee volgen. Het synchrone geritsel van omslaand papier was het enige dat de aandachtige stilte op geregelde tijdstippen doorbrak.
Levine begon met enkele theoretische bespiegelingen over de wezenlijk ambivalente verhouding tot tijd en tijdloosheid als kenmerkend voor de condition humaine. ‹Tijd› wordt daarbij verbonden met het realiteitsprincipe, verandering, groei en met het leven. Daartegenover staat de met het lustprincipe verbonden ‹tijdloosheid›. Tijdloosheid krijgt enerzijds de betekenis van de ontkenning van de pijn van de realiteit en wordt geassocieerd met een dodelijke lethargie. Levine benadrukte anderzijds ook de positieve pool van de tijdloosheid, namelijk haar associatie met het onbewuste als reservoir van infantiele seksualiteit en als onuitputtelijke levens- en liefdesbron. Levine schetste een paradoxale, complexe en dialectische verhouding tussen tijd en tijdloosheid en legde daarbij de nadruk op de ‹historiserende› functie van de tijd. Het chaotische, ongedifferentieerde affectieve leven wordt gesequenti