You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wanneer men boeken over verslaving doorneemt, wordt meestal vlug duidelijk of de auteurs slechts indirect dan wel vanuit eigen klinische ervaring over dit thema schrijven. Ulman en Paul horen duidelijk bij de tweede categorie, en het feit dat beiden zich bekennen als verslaafden met jarenlange abstinentie en daarbij zonder veel schroom schrijven over eigen tegenoverdrachtsreacties, plaatst hun boek zelfs in de buitencategorie.
Het advies van de auteurs om voorafgaand niet enkel de Narcissusmythe te herlezen maar ook Lewis Carolls Alice's adventures in Wonderland en The strange case of Dr Jeckyll and Mr Hyde van Louis Stevenson leek mij voor de hand te liggen. Aronofsky's Requiem for a dream, een van hun filmadviezen, had ik gezien maar wat de capriolen van Mickey Mouse in Disney's The sorcerer's apprentice mij konden bijbrengen over de psychodynamiek van verslaafden ontging mij aanvankelijk. Mijn interesse was meteen gewekt en werd niet teleurgesteld.
Ulman en Paul brengen een model van verslaving dat zij situeren op het raakvlak van een winnicottiaanse objectrelatietheorie met een kohutiaanse zelfpsychologie. Naast de drie reeds door Kohut beschreven zelfobjectbehoeften of narcistische scenario's (spiegelend, idealiserend en alter ego) poneren zij een vierde, megalomaan scenario. Hierin ziet men zichzelf als halfgod die controle heeft over zaken of activiteiten die door hun magische kracht in staat zijn om de wetten van de menselijke natuur te wijzigen. Ulman en Paul plaatsen dit scenario binnen het narcissistic exchange process. In een eerste fase van de narcistische ontwikkeling creëert het kind een fantasiewereld waarin de ouders fungeren als archaïsche maar menselijke zelfobjecten. In een tweede fase vormt het kind niet-menselijke zaken en activiteiten om tot (transitionele) zelfobjecten met een gelijksoortig functioneel vermogen. In een derde fase ten slotte trekt het kind zijn narcistische bezetting van dingen en activiteiten terug en richt deze weer op de oude