You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Leeft de psychoanalyse vooral voort in filosofie en literatuurwetenschap, zoals men wel eens hoort beweren? Jerry Aline Flieger, hoogleraar Frans, vergelijkende literatuur en vrouwenstudies aan de Rutgers Universiteit in New Jersey, levert hiervan een goede illustratie. Is Oedipus on line? handelt over het belang van de oedipale structuur in het hedendaagse, postmoderne denken. En, wat meer is, Flieger is ook in analyse geweest. Tot zover het goede nieuws.
Minder leuk is het om haar te lezen: ze schrijft zoals een analysant spreekt in zijn kuur. Haar stijl is vermoeiend, vrijblijvend en frustrerend voor de lezer. Ze blijft aan de oppervlakte van het (overvloedige) materiaal dat ze aandraagt; we blijven op onze honger naar verheldering.
Grappig is ze wel; niet voor niets ging haar vorige boek over Der Witz van Freud. Woordspelletjes en grapjes zijn troef. Maar voortdurend verliest ze haar draad en gedachtelijn. De indeling en betiteling van haar paragrafen zijn een ramp. Haar uitgangspunt is nochtans boeiend en veelbelovend. Hoe moeten we Oedipus situeren in het huidige computer-tijdvak? Is Oedipus als paradigma nog relevant? Haar antwoord is een volmondig ‹ja›, waarbij ze de kritiek van Deleuze ontkracht. Via Lacans schema ‹L› wordt Freuds oedipale triangulatie openge-broken en als basis genomen voor een interpersoonlijke psychologie. En Freud blijft overeind in deze tijd. In de confrontatie die ze in zijn naam aangaat met hedendaagse filosofen, zoals onder meer Baudrillard, Lyotard, Žižek, blijft hij zelfs een bruikbaar kompas in de alsmaar verder woekerende virtuele jungle.
Twee voorbeeldjes: Baudrillard diagnosticeert paniekerig een ‹epidemie van de transparantie› in onze huidige postmoderne samenleving. Freud echter stelt ons gerust: al lang geleden wierp hij hiertegen een dam op door de opaciteit van het menselijk onbewuste te beklemtonen.
Als Lyotard het sociaal-inhumane tracht te vatten als een insisterend restant van dat deel van onze jeugd dat niet gesocialisee