You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In Psychiatry, psychoanalysis and the new biology of mind zijn acht teksten samengebracht die Eric Kandel tussen 1979 en 2001
publiceerde. De auteur is intussen algemeen bekend als toonaangevend neurowetenschapper en ontving hiervoor in 2000 de Nobelprijs.
Het werk van Kandel kan het best gelezen worden tegen de achtergrond van zijn biografie. Hij werd geboren in 1929 in Wenen. In 1939 verliet het Joodse gezin Oostenrijk, op de vlucht voor het nazisme en vestigde zich in de Verenigde Staten. Kandel bleef gefascineerd door zijn Europese verleden en overwoog om geschiedenis te gaan studeren. Via andere Weense immigranten kwam hij in de jaren vijftig in contact met de psychoanalyse. Hij besloot om geneeskunde te gaan studeren met de bedoeling een psychoanalytisch georiënteerde psychiater te worden. Hij raakte in de ban van het geheugen, dat hij een centrale rol toedichtte voor het doorgronden van de menselijke geest. Gedurende zijn opleiding tot psychiater bleef hij wetenschappelijk op zijn honger zitten. Herhaaldelijk liet hij zich cynisch uit over de antiwetenschappelijke mentaliteit die destijds in de psychoanalytische opleidingsinstituten heerste. Toch wist hij zich een weg te banen naar het neurowetenschappelijk onderzoek. In 1962 opteerde hij voor zijn ‹radical reductionist approach›. Hij vertrok naar Parijs om zich toe te leggen op de studie van de zeeslak aplysia. Dit weekdier met zijn eenvoudige centrale zenuwstelsel leek hem uiterst geschikt voor onderzoek over leergedrag. De op het eerste gezicht bedenkelijke beslissing om hogere mentale functies te gaan onderzoeken via lagere diersoorten beschouwt Kandel achteraf als de gelukkigste keuze van zijn carrière. Zij was gebaseerd op zijn overtuiging dat door evolutionaire selectiedruk succesvolle adaptatiemechanismen op moleculair niveau overgeërfd worden dwars door de soorten heen. De complexere vormen van leren (geheugen) kan men dus het best begrijpen door de primitieve voorlopers ervan te bestuderen. De hoofd