You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Doof uit mijn ogenlicht: ik zie je toch werp mij de oren dicht: ik kan je horen en zonder voeten nader ik je nog, bezweer je zonder lippen als tevoren. Breek beide armen mij: ik hou je vast met heel mijn hart als met mijn hand, sluit mij het hart: tel van mijn hoofd de slagen en zet je heel mijn hoofd in brand, dan zal ik op mijn bloed je verder dragen.
Met zulke liefdesgedichten beschrijft en bejubelt de eenentwintigjarige Rilke zijn prille liefde voor de zesendertigjarige generaalsdochter