You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Alsof het geen bijzondere betekenis had, vertelde meneer A. dat er ‹Eens gaan we allemaal› stond op een van de kaarten die hij voor zijn veertigste verjaardag kreeg. Mijn patiënt was bepaald niet in de stemming om die mijlpaal te vieren, maar zo'n droefgeestige tekst had ook weer niet gehoeven, leek mij. Ik confronteerde hem met de gelatenheid waarmee hij de graftekst opnam, maar werd snel door hem in de realiteit gezet: ‹Och nee, dat is een van oorsprong Engelstalige vriendin, die heeft altijd van die kromme zinnen.› Wonderlijk hoe de gebeurtenissen in de praktijk soms samenvallen met het werk buiten de spreekkamer of gebeurtenissen in het eigen leven.
Dit nummer wordt namelijk geopend door Toni Ladan met een artikel over de vergankelijkheid van de analyticus. Langdurig geveld door een ernstige ziekte, werd hij geconfronteerd met zijn goeddeels onbewuste belevingswereld van de onsterfelijke analyticus. Praktische zaken als de adressenlijsten van patiënten en supervisanten blijken niet op orde, en voor het eerst dringt zich de gedachte aan het ontbreken van een ‹praktijktestament› op. Ik had er zelfs nog nooit van gehoord. Hij confronteert de lezer met zijn beschrijving van de poging om voor zichzelf de illusie te scheppen dat de tijd niet verglijdt en dat het wegroesten van onszelf, dat daar onvermijdelijk bij hoort, dus ook niet plaatsvindt. Ladan maant tot voortdurend zichzelf gadeslaan bij het ouder worden en het pogen te komen tot een zo realistisch mogelijke inschatting van wat wij nog in deze wereld te zoeken en aan die wereld te bieden hebben. Het zou een logische en belangrijke stap in de vermindering van ons narcisme zijn, waardoor er innerlijk ruimte ontstaat voor de noties van persoonlijke eindigheid, van plaats moeten maken voor anderen en van een wereld die vanzelfsprekend verder gaat zonder ons. ‹Eens gaan we allemaal›, maar inderdaad, wie gaat, maakt ruimte voor de anderen om door te kunnen gaan.
Op Wouter Gomperts' De verdubbeling van de wereld — Weer