You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In mijn artikel Neurotische en perverse processen (2007) heb ik in drie klinische voorbeelden geïllustreerd hoe er over perversies gedacht kan worden en wat de klinische implicaties daarvan zijn. De redactie van het Tijdschrift voor psychoanalyse heeft het lovenswaardige initiatief genomen een aantal collega's om commentaar te vragen. Leo Ruelens (2007), Ton Stufkens (2007) en Karin Temmerman & Filip Geerardyn (2007) hebben dat op een doordachte wijze gedaan, waarvoor mijn dank.
Hoewel ik met lacaniaans denken en terminologie niet vertrouwd ben, begrijp ik dat Ruelens wijst op de belangrijke betekenis van sublimatie bij de perversies en op dat aspect van de ‹werkelijkheid› dat gevoed wordt door de verwachting en anticipatie. Stufkens richt zich op mijn losse gebruik van het begrip ‹werkelijkheid› en samenhangend daarmee op de technische problemen rondom de intersubjectiviteit bij de behandeling van perverse problematiek. Temmerman en Geerardyn stellen de vraag hoe het intrapersoonlijke zich verhoudt tot het aangaan van een sociale band, en of de fenomenologie van een perverse trek een neurotische structuur kan maskeren. De grootste gemene deler lijkt mij samen te vatten in de vraag: hoe moeten wij ons de werkelijkheid en intersubjectiviteit bij de perversies voorstellen?
In dit artikel zal ik deze vraag trachten te beantwoorden en betogen dat een wezenlijke verstoring van werkelijkheid en intersubjectiviteit ten grondslag ligt aan de psychodynamiek van de perversies. Het betrekkelijk nieuwe begrip ‹perversiteit› wordt wederom geïntroduceerd omdat het recht doet aan de klinische waarneming dat de perverse dynamiek niet beperkt is tot de manifeste seksuele perversies.
Sinds Freud (1905) stelde dat de neiging tot het perverse deel uitmaakt van de gewone gang van de ontwikkeling, hebben de perversies een centrale plaats in de psychoanalytische theorievorming. Neurose en perversie werden door Freud in één kader geplaatst en steeds bleef hij op