You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het artikel van Freud uit 1917 waarin de vergelijking wordt gemaakt tussen rouw en melancholie ligt in het verlengde van zijn narcismestudie uit 1914 en wordt beschouwd als de grondslag van de objectrelatietheorie. Freud vormt zich een nieuw oordeel over de aard van het begrip identificatie en formuleert verdere beschouwingen over de kritische instantie (het latere Boven-Ik). Hoe denken psychoanalytici negentig jaar later over dit artikel dat zich in de overgangsperiode tussen het topografische en het structurele model laat situeren? In On Freud's ‹Mourning and melancholia› presenteren tien auteurs uit de drie analytische continenten (Europa, Noord-Amerika, Zuid-Amerika) hun eigentijdse interpretatie van het rouwartikel van Freud. Wat zag Freud verkeerd? Waar is verdere uitbreiding nodig? Waarover denken we nu anders? Vooral Klein en haar volgelingen hebben de visies op (pathologische) rouw genuanceerd en op bepaalde punten verruimd en gewijzigd.
Volgens Roth is rouw een gevolg van een catastrofe ter hoogte van de interne band tussen subject en object. Het verlies veroorzaakt een wonde, een scheur. Aan de ene kant is er een smachten naar de verloren liefdesrelatie die als ideaal en onvervangbaar wordt beleefd, aan de andere kant is er een verstikkende kwelling die van het verloren object uitgaat: zoals een wonde waarin voortdurend gepikt wordt. Roth bespreekt waarom sommige aantrekkelijke vrouwen van boven de dertig er niet in slagen een duurzame intieme relatie vol te houden. Op grond van het feit dat ze niet rouwden en een vroegere libidinale band nooit opgaven, kunnen ze zich niet openstellen voor een mogelijke partner. Inmiddels begrijpen we beter dan Freud destijds hoe de aard van het verlies de rouwverwerking beïnvloedt. Hoe traumatischer het verlies, hoe problematischer de rouwverwerking wordt. Tijdens de rouw trekt men zich terug in een intieme relatie met het interne object (in een beweging van hypercathexis) om op die manier de wonde te genezen. Tijdens de