You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychologie en het raadsel van de religie geeft een overzicht van de ontwikkeling van de godsdienstpsychologie, dat begint met Freuds Dwanghandelingen en godsdienst-oefeningen en eindigt met vragen als: indien sommige mensen het bezoek aan popconcerten of voetbalwedstrijden al beschouwen als functioneel equivalent van het bijwonen van religieuze bijeenkomsten, wat is dan voor de betrokkene het
verschil en de overeenkomst tussen beide? Wat is de overeenkomst en het verschil tussen een geloofsbeleving en een fantasie, een sprookje, een mythe, een illusie, een ideologie en zo meer? Freuds theoretische opvattingen worden besproken, evenals zijn werkwijze ter zake met patiënten, en vervolgens de ontwikkelingen op dit punt in de psychoanalytische wereld.
Twee episodes zouden de lezers van dit tijdschrift in het bijzonder kunnen interesseren. Ten eerste Rümkes Karakter en aanleg in verband met het ongeloof . Het kleine boek werd gelanceerd als een tegenhanger van het ‹godsdienstvijandige› werk van Freud en het wordt nog steeds verkocht. In feite ligt de kwestie bepaald genuanceerder. Rümke zelf was volstrekt buitenkerkelijk en in het geheel niet christelijk opgevoed. Hij vond het geloof in het bestaan van een persoonlijke God bepaald geen voorwaarde voor geestelijke gezondheid, zoals wellicht soms werd gesuggereerd. Het kleine boek is dan ook een Fremdkörper in zijn werk. Vervolgens was er het ‹projectiedebat› in de jaren vijftig en zestig. Sierksma — die jarenlang als godsdienstwetenschapper werkte aan de theologische faculteit van de universiteit Leiden — publiceerde in 1956 De religieuze projectie in het kielzog van Vestdijks essay De toekomst der religie uit 1947. Sierksma's betoog ging sterk in de richting van Freud: godsdienst is een innerlijke wereld uitvergroot tegen een kosmische achtergrond. Kort gezegd: godsdienst is projectie, zoals ook Vestdijk had beweerd. Sierksma's boek zorgde voor veel commotie en de discussie laaide hoog op in onze ‹door theologische tw