You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dire emotions and lethal behaviors — over ‹ijzingwekkende› emoties en dodelijke gedragingen — kreeg een veelbelovende maar tegelijkertijd verontrustende inleiding mee door John Beebe, jungiaans analyticus.
Veelbelovend omdat hij vertrekt van de vraag: ‹Wat doen wij als psychotherapeuten?›, en daarbij het eenvoudige antwoord geeft: ‹Wij luisteren naar emoties.› Maar we hebben geen allesomvattende theorie over de emotie, aldus Beebe; we hebben ‹complexen, archetypen, projectieve en introjectieve identificaties, primitieve doodsangsten, niet gemetaboliseerde bètaelementen, specifieke configuraties van objectrelaties, narcistische woede, toxische schaamte, de ‹dode moeder›, demonische verdedigingsmechanismen die het getraumatiseerde zelf moeten beschermen. De argeloze lezer verwacht dan een bespreking van de theorieën van die verschillende auteurs. Kohut en Winnicott vond ik terug in de bibliografie, maar geen spoor van Bion, Freud, Klein of Green, noch van de objectrelationele richting (behalve dan een stukje van een casus van Guntrip).
Maar ook was de inleiding verontrustend, omdat het boek van Stewart zou zorgen voor een eenmaking van al deze theorieën. Ik sta zelf huiverig tegenover allesomvattende psychologische theorieën die een volledige en definitieve verklaring van de psyche beloven. Dit druist ook heel erg in tegen de geest van Jung (Stewart is geen analyticus en ook geen lid van de IAAP, wel kinderpsychiater en psychotherapeut, maar citaten uit Jungs oeuvre vullen bijna de helft van zijn boek). Jung wilde, in navolging van William James, theorieën niet als oplossingen zien, maar als een programma voor méér werk: ‹Zo worden theorieën instrumenten, geen antwoorden op raadsels, waarin we kunnen gaan rusten› (Jung 1913, p. 100), en: ‹Wetenschappelijke theorieën zijn slechts voorstellen over hoe men de dingen kan beschouwen› (Jung 1913, § 241).
Hoe luidt nu deze algemeengeldige theorie die ons beloofd wordt? Stewart onderscheidt — in navolging van zijn broer L. H. St