You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
‹Wat is het toch jammer dat analytici altijd ruzie moeten maken.›1
Het archief van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse uit de periode van de Tweede Wereldoorlog gold lange tijd als verloren, misschien had het zelfs wel nooit bestaan. Het werd echter in 1993 teruggevonden door de toenmalige secretaris van het Psychoanalytisch Instituut, J. Jonker, tussen archiefstukken van het Instituut. De eerste vraag die zich opwerpt is of deze verdwijning veroorzaakt werd door een toevallige nalatigheid of dat ze voortvloeide uit een bewuste actie. Op die vraag kom ik aan het einde van dit artikel terug.
Voor zover ik het kan beoordelen is het teruggevonden archief compleet. Alleen verslagen van de huishoudelijke vergaderingen van november 1945 tot maart 1946 zijn volgens een aantekening verloren gegaan met de inboedel van de heer en mevrouw Katan, toen zij na de oorlog Den Haag verlieten en naar de Verenigde Staten vertrokken. Verder vond ik een aantekening over een map ‹besl.[oten] verg.[aderingen]›. Die map heb ik niet gezien, misschien bestaat hij niet meer. De bestudering van dit Verenigingsarchief geeft aanvullende informatie maar levert geen wezenlijk ander beeld op dan het archief van Van der Hoop, dat zich in Leuven bevindt in het Instituut van Psychologische en Pedagogische Wetenschappen (zie Stroeken 1997).
Dit artikel is chronologisch opgezet. Eerst schets ik de situatie aan het begin van de oorlog, vervolgens de (niet-)opheffing van de Vereniging en de Amsterdamse Werkgroep in oktober 1941, vervolgens de reorganisatie van de opleiding in april 1943. Ten slotte komen de situatie na de bevrijding en het ontstaan van het Genootschap aan de orde. Een aantal reflecties vervolledigt het geheel.