You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de warme sfeer, eigen aan de studiedagen van de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse, brachten twee spreeksters elk een boeiende lezing. Myriam Van Gael benadrukte dat ze sprak als psychoanalytisch therapeut en dat ze haar ervaring had opgedaan op een afdeling klinische psychotherapie voor patiënten met ernstige persoonlijkheidsproblemen. Haar inspiratiebron is het werk van Kernberg en Fonagy. Als klinisch psychologe voelt ze ook de noodzaak om theorievorming te funderen op degelijk wetenschappelijk onderzoek. In haar betoog was verontwaardiging hoorbaar over de houding van de klassieke analytici: enerzijds maken zij gebruik van het werk van Kernberg en Fonagy omdat zij door degelijk onderzoek proberen aan te tonen dat psychoanalyse werkt, anderzijds kijken ze bevreemd of met weerzin naar de actieve rol die de therapeut toebedeeld krijgt. De vraag of de werkzame factor in de behandeling inzicht is of de therapeutische relatie, wordt tegenwoordig algemeen beantwoord met: ‹Beide, namelijk inzicht verwerven in wat er gebeurt in de therapeutische relatie.› Ondanks deze consensus is er een groot verschil in therapeutische houding al naargelang de analyticus meer inzicht- of relatiegeoriënteerd werkt.
Van Gael gaf een kort overzicht van twee onderzoeken: het grote Stockholm Outcome of Psychotherapy and Psychoanalysis project (STOPP) en het heronderzoek door Blatt van de gegevens van het Menningeronderzoek (Psychoanalysis — With whom, for what and how? Comparisons with psychotherapy, ). Uit het eerste onderzoek bleek dat psychoanalytische psychotherapie met een klassiek psychoanalytische attitude niet werkt. Bij psychoanalytische psychotherapie is een meer tegemoetkomende, actieve betrokkenheid nodig. De spreekster vroeg zich af of een analyticus dan wel in staat is om psychoanalytische psychotherapieën te doen en of in de opleiding tot psychoanalytisch psychotherapeut niet te veel de klassiek-analytische waarden en idealen worden doorgegeven.
Het tweede onderzo