You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In 1998 verscheen in dit tijdschrift Omtrent psychoanalyse en dood, een artikel van mijn hand, en een jaar later een vervolg daarop Het fantasma van de doodsdrift , waarin weerom de problematiek voortvloeiend uit het besef van de eigen dood centraal stond. Beide artikels werden herwerkt en samen met vier andere essays, die ook voor een belangrijk deel over de dood gaan, gebundeld en in 2004 bij Boom uitgegeven onder de titel De ongenode gast — Zes psychoanalytische essays over het verlangen en de dood. Henk Hillenaar recenseerde mijn boek in dit tijdschrift . In het laatst verschenen nummer van dit tijdschrift publiceert Antonie Ladan, lid van de redactie, een artikel over hetzelfde thema, met als titel De echte dood. Daarin niet één verwijzing naar mijn geschriften.
Wij leven en schrijven in een klein taalgebied, waarbinnen de interesse voor analytische teksten klein is. Wanneer zelfs een analyticus de geschriften negeert van een collega analyticus, die over exact hetzelfde onderwerp gepubliceerd heeft in exact hetzelfde vaktijdschrift, voor wie schrijft men dan eigenlijk nog?
De hartenkreet van collega Van Coillie verwijst naar een belangrijk probleem binnen ons vakgebied, dat in de afgelopen jaren onder anderen door Peter Fonagy (bv. 2003) aan de orde is gesteld. De psychoanalytische theorie is in toenemende mate gefragmenteerd geraakt en in de analytische literatuur nemen de verwijzingen van analytici naar het werk van collega's gestaag af. Fonagy meent dat dit uiteindelijk zal leiden tot een theoretische wanorde, waarin ten slotte iedere auteur een steeds kleiner wordend psychoanalytisch gebiedje zal verdedigen. Hij analyseert uitvoerig de achtergronden van deze ontwikkeling. Centraal daarbij staat het gegeven dat de psychoanalyse zich vooralsnog grotendeels in een voorwetenschappelijk stadium bevindt. Recent las ik de autobiografie van Eric Kandel (2006) en moest jaloers vaststellen dat een door hem beschreven proces, waarbij op grond