You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de tweede helft van de vorige eeuw zijn verschillende vormen van kortdurende psychoanalytische therapie (KPT) ontwikkeld (Malan 1963; Mann 1973; Sifneos 1979; Davanloo 1980; Strupp & Binder 1984; Pollack & Horner 1985; De Jonghe 1994). Deze behandelvormen omvatten doorgaans niet meer dan vijfentwintig zittingen. De therapeut en de patiënt spreken het aantal en de frequentie van de zittingen van tevoren af. De focus is gericht op de bewuste en onbewuste aspecten — in affectief, cognitief, conatief en gedragsmatig opzicht — van de actuele relaties van de patiënt, uiteraard rekening houdend met de naklank van het verleden in het heden. Het primaire behandeldoel is het verminderen — zo mogelijk: het laten verdwijnen — van klachten en symptomen, en in samenhang daarmee het verbeteren van het sociaal functioneren en van de levenskwaliteit. Wat dit behandeldoel betreft, verschilt KPT niet van andere vormen van kortdurende therapie. KPT streeft echter ook andere belangrijke behandeldoelen na: het vergroten van het inzicht van de patiënt in zichzelf en zijn functioneren en, daarmee samenhangend, het verminderen van de kwetsbaarheid en vergroten van de psychologische kracht van de patiënt. Dit komt neer op persoonlijkheidsverandering. In de psychoanalytische opvattingen leiden twee wegen, in meerdere of mindere mate, tot dit doel. Een eerste weg is het verkrijgen van inzicht via adequate duidingen. Een tweede weg loopt via de adequate gratificatie (steun) van ontwikkelingsbehoeften zoals die zich voordoen in de primaire aspecten van de therapeutische relatie. Door deze adequate steun ontwikkelt zich de persoonlijkheid, op grond waarvan dan inzicht ontstaat. Deze twee wegen betreffen de psychoanalytische techniek en psychoanalytische opvattingen over de therapeutische relatie. Het zal duidelijk zijn dat in een kortdurende psychoanalytische therapie het doel van persoonlijkheidsverandering niet anders dan beperkt kan zijn.
De belangrijkste overeenkomst tussen de verschillende