You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In twee inleidende hoofdstukken introduceren de redacteurs van A question of technique de plaats van de ‹independents› in de psychoanalytische therapie met kinderen en adolescenten. Ze schetsen de historische en actuele positie van de drie Britse psychoanalytische groepen: de kleiniaanse en de Anna-freudiaanse, die zich in 1944 afsplitsten, en de ‹middle group› — de latere ‹independents› — die een maximale openheid wilde bewaren voor alle psychoanalytische theorievorming. Deze openheid voor theoretische diversiteit is ook wat dit boek zo aantrekkelijk maakt. De ‹capacity to tolerate and even enjoy discussion of differences› (p. 1) is immers merkbaar in diverse bijdragen. Het inleidende deel bevat vervolgens een derde hoofdstuk, waarin Janine Sternberg op haar prikkelende manier een breed palet aan ‹techniek›-thema's bespreekt. Zij verbindt het technisch handelen met een open luisterende geest, en met een grote draagkracht voor tegenoverdrachtsgevoelens. Ze bepleit een evenwicht tussen theoretisch kader en technisch hanteren, gebruik makend van Shafers metafoor van de tennisspeler, die dan wel kan terugvallen op verworven technische vaardigheden, maar toch elk spel opnieuw moet uitvinden.
Het boek bevat verder een gedeelte over ouder-babywerk, één over werken met latentiekinderen en adolescenten, en besluit met het hoofdstuk Taking the broader view. Deze opdeling in delen is weinig informatief,