You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Mentaliseren in de kindertherapie is een niet te missen boek voor wie actuele evoluties in de analytische kinderpsychotherapie wil volgen. Onderzoekers en ervaren clinici van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut zorgen voor een goede vertaling van de ‹reflective functioning and mentalisation› naar de kindertherapiepraktijk. Dit werk uit 2005 heeft zijn weg gevonden naar kindertherapeuten, en het is inmiddels verschenen in Engelse vertaling, voorzien van een lovend voorwoord door Peter Fonagy. Dat alleen al pleit voor de kwaliteit ervan. Een ‹late› bespreking, anno 2008, maakt het mogelijk om naast inhoud en verdienste van het boek ook stil te staan bij enkele moeilijke aspecten en noodzakelijke verdere stappen.
In het hoofdstuk over theoretische concepten (Schmeets) lezen we dat mentaliseren voorafgaande stappen vergt: het mogelijk maken van primaire affectbeleving en van secundaire affectrepresentaties. Deze stappen worden normaal gesproken in de vroege moeder-kindrelatie gezet; bij bepaalde patiënten zijn ze grondig verstoord. Ontwikkelingspsychologisch situeert het ontstaan van voorstellingen en van affecten zelfregulatie zich in de periode waarin ook gehechtheid tot stand komt. Ook affectieve afstemming, inleving en empathie zijn ermee verbonden. In de huidige modellen van relationeel ingebedde affectregulatie worden moeder en baby als twee actieve participanten beschreven. Het verband tussen ‹wederzijds markeren›, ‹interactieve representatielussen›, ‹dyadische expansie van de bewuste ervaring› (Tronick) enerzijds, en de ‹actual, pretend, integrated mode of functioning› anderzijds is zeer boeiend.
Als doelgroep voor ‹mentaliseren bevorderende kindertherapie› (MBKT) schuiven Zevalkink en Schut kinderen naar voren die nauwelijks of niet mentaliseren (‹mentale-processtoornis›). Het deficitmodel staat voorop. Een ander niveau van MBKT (meer neurotisch, ‹internalisatiestoornis›) wordt wel gesuggereerd maar niet uitgewerkt. Dat komt doordat de ‹mentalization based