You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De stichting Psychoanalyse en Cultuur organiseert al sinds 1990, beurtelings in België en Nederland, colloquia over de relatie tussen het psychoanalytische gedachtegoed en velerlei vormen van cultuur. De gekozen onderwerpen zijn deels voor de hand liggend, zoals literatuur, film of beeldende kunst, vaak ook minder vanzelfsprekend, bijvoorbeeld religie, fotografie of politiek. Deze bijeenkomsten trekken grote bezoekersaantallen en blijken steeds weer zo boeiend dat de lezingen ervan nadien in boekvorm verschijnen.
Dit jaar was de beurt weer aan België, en ontving het Provinciaal Hof in Brugge meer dan honderdvijftig belangstellenden voor een colloquium over Psychoanalyse en memoires. In dit genre literatuur staat, net als in de psychoanalyse, de herinnering centraal, het een roept als het ware om commentaar van het ander. Dit werd in Brugge dan ook in allerlei toonaarden gegeven. Eerste in de rij was de psychoanalyticus Marc Franchoo. Hij bakende het terrein af tussen dagboeken als dagelijkse, vooral affectieve ‹ontlading›, autobiografie waarin de relatie met de tijd en vooral die met de Ik-libido uitgeleefd wordt, en ten slotte memoires. In deze laatste, die culturele en persoonlijke crisis nauw met elkaar verweven, zag Franchoo ‹de ultieme sublimatie› van de autobiografie. Hierna stelde hij de hamvraag van deze dag: ‹Is het geheugen opschrijfbaar?› Vanuit zijn beroepservaring zag Franchoo het geheugen in eerste instantie vooral als onbetrouwbaar. Reden daartoe zijn niet alleen de onbewuste factoren die hun spel met het geheugen spelen — die zouden wellicht nog achterhaald kunnen worden — maar ook het taalinstrument dat algemene termen hanteert en geen recht kan doen aan privé-ervaringen. Wij zijn er daarom aan gewend geraakt om wat wij vroeger waarheid noemden tevens als fictie te zien. Franchoo toonde echter ook de positieve zijde van deze ontwikkeling. De grote verdienste van de psychoanalyse is dat zij niet alleen de bedrieglijke maar ook de scheppende krachten v