You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zaterdag 7 februari jongstleden woonde ik een workshop bij, gegeven door psychotherapeut David J. Wallin, op het Nederlands Psychoanalytisch Instituut in Amsterdam. In een uitermate heldere en goed opgebouwde presentatie voerde hij zijn toehoorders door successieve stappen, vanaf een basis van stijlen en patronen van onveilige gehechtheid die bepalend zijn voor de koers van de verdere ontwikkeling van het individu, tot aan het gebruik van lichamelijke aanwijzingen en tegenoverdrachtsbelevingen, mede-ontstaan vanuit projectieve identificatie in de interactionele context van de behandelaar-patiëntdyade. Door interventies binnen deze interactie konden achtergebleven en niet doorgewerkte conflicten (van het zogenaamde ‹unthought known›-type — Bollas) door de psychotherapeut, functionerend als een soort geestelijk verloskundige, tot een metamorfose naar verbaliseerbare belevingen worden gebracht, en, eenmaal ‹geboren›, ten lange leste bewerkt worden. Het was voor mij een stimulerende en zelfs inspirerende dag: een bekroning als het ware van het werk van Bowlby, Ainsworth (door Wallin de ‹grootouders› van de huidige gehechtheidspsychologie genoemd), Mary Main, Fonagy en Target. Wallins boek uit 2007 (Attachment in psychotherapy) kende ik nog niet. Mijn aanvankelijke reserves ten opzichte van deze Californische oud-hippie met grijze paardenstaart smolten bij zijn heldere presentatie als sneeuw voor de zon.
De ervaring van deze dag riep herinneringen bij mij op, en een overzicht van een geschiedenis in vogelvlucht, die ik ook na afloop met de spreker deelde. In het tijdperk van mijn analytische opleiding, de jaren zestig en zeventig, verkeerden in de Nederlandse psychoanalytische wereld tegenoverdrachtsverschijnselen in een taboegebied: men zag deze gevoelservaringen bij de analyticus uitsluitend in een negatief daglicht, als storende en vermijdenswaardige elementen, die voor het analytische proces schadelijk moesten zijn. Men durfde daar derhalve niet over te vertellen in s