You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Terwijl Brussel in groten getale plaatsnam op de terrassen van de stad werd onder de aantrekkelijke titel Using different forms of unconscious communication een grote variatie aan lezingen aangeboden, in het kader van het jaarlijkse EPF-congres. Onze anticipatie-lust kreeg het direct al zwaar te verduren door de bezoeking die een dergelijk congres altijd óók is: lange sessies, soms chaotische of onverstaanbare sprekers, het vermoeiende van lezingen in buitenlandse talen, et cetera. In de loop van de eerste dag was onze congress breakdown al op zijn hoogtepunt. Wat hielp was: blijven luisteren. Klinisch materiaal boeit en neemt je mee; een treffend citaat hier en daar en dan een prachtige lezing door Michael Parsons zorgden voor herstel. Aan de hand van de geschiedenis van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse liet Serge Frisch zien hoe het onvermogen om trauma en crisis te symboliseren — ja, ook zij! — maakt dat deze (groeps)onbewuste ervaringen over de generaties heen worden gecommuniceerd en uitgeleefd in herhaling. Opmerkelijk in dit verband is dat het archief van de vereniging op dit moment niet toegankelijk is; als het niet al vernietigd is, berust dit momenteel bij een niet-lid.
De vraag ‹Wat te doen op een bepaald moment in het analytisch uur?› kan volgens de Amerikaan Jonathan Lear niet beantwoord worden op grond van het materiaal van dat moment, noch vanuit enig analytisch gezichtspunt op dat materiaal, maar uitsluitend in het licht van het ‹uiteindelijk doel› van de analytische onderneming, omschreven in navolging van Loewald als ‹freedom›: freedom of mind, of speech, of being, and … of letting be.
De toonaangevende Franse analyticus René Roussillon beschreef het analyseren als het luisteren naar en het verstaan van de associaties in taal. Naast verbale taal is er de affectieve en lichamelijke taal en communicatie in handelingen. Het onbewuste spreekt in al deze talen. Het woord ‹taal› in lichaamstaal is niet alleen metafoor maar impliceert ook structur