You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hebben lentekriebels Jan Derksen aangezet tot het schrijven van Zijn wij wel narcistisch genoeg? Over het ontstaan van onze lentecultuur? Derksen, vooral bekend door gedegen werk over psychodiagnostiek, houdt een betoog over hedendaags narcisme, zoekend naar een positieve waardering van gezond narcistische trekken en een maatschappijkritische analyse van het ziekelijke narcisme. Hij richt zich in zijn boek tot een breed lezerspubliek en verkent de voor een psychoanalytisch geschoold psychotherapeut altijd sappige weiden van het alledaagse narcisme. In het huidige tijdsgewricht gaan uitstel van behoeftebevrediging of het voelen van verlangens verloren als een kwaliteit van menselijk leven. In de context van geld verdienen, zich verheugen, zorgvuldig beslissen, sparen en dan pas krijgen, schrijft hij bijvoorbeeld: ‹Dit hele proces wordt vernietigd door een overvloed aan geld. Nu moet alleen worden gekozen uit een vakantiereis in Nieuw-Zeeland of Argentinië› (p. 201). Het is duidelijk wat hij bedoelt, maar hoeveel mensen in zijn lezerspubliek maken dergelijke keuzes, heeft iedereen in onze narcistische maatschappij een dergelijke overvloed aan geld? Derksen wil de lezer uitdagen vanzelfsprekendheden ter discussie te stellen, maar of dat lukt met de retoriek van dertig opeenvolgende vraagstellende zinnen (p. 16-18), een overdaad aan metaforen en generaliserende aannames, is voor mij de vraag. Hier had een eindredacteur goed werk kunnen doen.
Voor psychotherapeuten biedt het boek te weinig om tot aanschaf over te gaan. ‹Gezond›, secundair narcisme definieert Derksen als ‹zelfgevoel gebouwd op een ondergrond gevormd door redelijk evenwichtige ervaringen met een hechtings-figuur›. Bij de bespreking van primair narcisme refereert hij aan Freuds oorspronkelijke concept. ‹Primair› omschrijft Derksen als ‹primair aan de hechtingsrelaties, dit is het gestoorde beeld waarbij het narcisme de ondergrond wordt, primair is en de hechtingsrelaties in meer of mindere mate zijn weggeval