You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Nummer 7 in de rijke reeks van Psychoanalytisch Actueel biedt een bonte verzameling psychoanalytische theorieën en evenzoveel verschillende systeemtheoretische perspectieven. Dat stimuleert de weetgierigheid maar maakt het lezen niet altijd makkelijk.
Mark Kinet zet de toon in het eerste hoofdstuk, Ik weet niet hoe, ik weet niet waarom. over het spanningsveld tussen adolescent en ouders en hoe noodzakelijk het is de familie te betrekken bij de behandeling van jongeren. Daarnaast beschrijft hij vanuit een historisch perspectief de defensieve houding van de psychoanalyse ten opzichte van de familie en de oppositionele opstelling van de systeemtheorie. Hij gebruikt daarvoor de metafoor van Freud over de walvissen en ijsberen die geen oorlog kunnen voeren omdat ze niet in dezelfde wereld leven. Dit is het geval zolang de psychoanalyse zich uitsluitend blijft richten op wat zich in de mens afspeelt en waarom de problemen ontstaan en de systeemtheorie zich alleen bezighoudt met wat er tussen mensen gebeurt en hoe problemen blijven voortbestaan.
In Mijn gezin, dat ik zal gehad hebben geeft Leen Van Compernolle allereerst op een levendige manier een theoretische uiteenzetting over de blinde vlekken van Freud voor de complexe gezinscontext van de Rattenman, kleine Hans en Dora en de visie van Lacan en Dolto. Vervolgens beschrijft ze hoe zich in de kliniek een kentering voorgedaan heeft waarbij het zwaartepunt niet meer ligt op de individuele therapie waarin over de ouders gesproken wordt maar waarbij vanaf het begin ook met de ouders gepraat wordt zodat de veranderingen die aangebracht worden in de gezinsinteracties alsnog geïnternaliseerd kunnen worden. In Nothing Compares 2U benadert Geert Everaert de dynamiek van de tweede individuatiefase vanuit gehechtheid, mentalisatie en transgenerationele overdracht. Het is belangrijk dat de adolescent onderscheid leert maken tussen de geïnternaliseerde ouderbeelden en de externe reële ouders. Omdat tijdens de adolescentie vroege hecht