You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Oedipus was altijd al een mankepoot. Een stom raadseltje oplossen geeft gemakkelijke voldoening, maar loopt uiteindelijk uit op moord en (zelf-) bedrog. Het lijkt erop dat Oedipus' arrogante voortvarendheid de meer fundamentele mysteries des levens moest afdekken.
Nu, mank of niet, de Oedipus-mythe is een krachtig en belangrijk verhaal uit de canon van onze cultuur, dat stevig met beide voeten op de grond staat. De vraag dringt zich echter op of Oedipus' mankement van de orde is van de dispositie of van het trauma. Misschien kon reeds Sophocles het niet aan om het dispositionele karakter van onze psychische wederwaardigheden onder ogen te zien en maakte hij er daarom snel een accident de parcours van, om te beginnen met de ouderlijke mutilatie en later met een toevalstreffer op een driesprong. Of moeten we het onderscheid tussen trauma en dispositie niet te veel gewicht geven en erkennen dat onze dispositie ons trauma is, dat ons getraumatiseerd zijn dispositioneel vastligt?
Met Freud is Oedipus, geheel in zijn eigen stijl, weer terug van weggeweest, en werd zijn complex zelfs gepromoveerd tot kerncomplex van de neurose. Maar overdekt ook deze — al even manklopende? — antropologisering van de oedipaliteit tegelijkertijd niet Oedipus' dispositionele dimensies? Wát wil Oedipus niet zien? Wat willen wij in ons ijverige geoedipaliseer aan het oog onttrekken? Verschijnt Oedipus ook klinisch niet al te gemakkelijk als deus ex machina voor de verklaring van oogverblindende pathologie?
Oedipus is ongetwijfeld een sterk thema dat zijn plaats verdient in psychoanalyse en cultuur, maar dat zijn plaats ook moet kénnen en de pretentie loslaten alles te kunnen verklaren. De bekende casus van Dora leent zich er bijvoorbeeld toe om de problematiek van het spanningsveld tussen trauma, oedipaliteit en driftmatige dispositie te onderzoeken. Onder meer de Nederlandse psychoanalyticus Eugène Carp wijst in 1934 de idee af van het oedipuscomplex als kern van de neuros