You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In tegenstelling tot wat meestal wordt beweerd (Kris 1950; Anzieu 1988; Masson 1992; Borch-Jacobsen & Shamdasani 2006) betekent het opgeven van de verleidingstheorie in 1897 (‹Ik geloof niet meer in mijn ‹neurotica›) geenszins dat Freud van nu af aan zou geloven dat de trauma's waarover zijn patiënten hem vertelden slechts oedipaal gemotiveerde fantasieën zouden zijn.1 Evenmin impliceert het dat hij van nu af aan het trauma geen enkele rol meer zou toedichten in de pathogenese. Het betekent alleen dat Freud zijn geloof opgeeft in de etiologische betekenis van het trauma voor de pathologie. Deze rol wordt voortaan vervuld door een ‹seksuele dispositie of constitutie› (Freud 1906), die voor het eerst systematisch uiteen werd gezet in de eerste editie van Freuds Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit (1905b), en door de biseksualiteit. Het oedipuscomplex krijgt pas in de daaropvolgende jaren een groeiend belang als kerncomplex van de neurose (Van Haute 2002).
We kunnen deze visie niet beter illustreren dan door een gedetailleerde lectuur van Freuds Fragment van de analyse van een geval van hysterie (‹Dora›) (1905a), dat als het ware het klinische complement is van de Drie verhandelingen. Een dergelijke lectuur maakt duidelijk dat de oedipale problematiek in deze tekst slechts een marginale rol speelt en dat Freud er integendeel een theorie van de pathologie in het algemeen en van de hysterie in het bijzonder ontwikkelt, waarin ‹(hysterische, organische) dispositie› en trauma op een oorspronkelijke wijze met elkaar in verband worden gebracht.
Deze interpretatie van het opgeven van de verleidingstheorie heeft tal van consequenties. Vanuit een historisch standpunt verplicht ze ons om Freuds uitspraak ‹dat hij niet meer in zijn ‹neurotica› gelooft› op een nieuwe manier te duiden. Vanuit een therapeutisch standpunt impliceert de verwijzing naar een ‹organische› dispositie dat Freud reeds zeer vroeg — en ook veel vroeger dan vaak wordt aangegeven — de effectiv