You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De opleiding tot psychoanalyticus is een kerntaak van de psychoanalytische verenigingen. Misschien wel dé kerntaak, de raison d'être van — wat betreft Nederland — de Vereniging voor Psychoanalyse, het Psychoanalytisch Genootschap, de Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie en de Psychoanalytische Groep. Dat zal in België en in de rest van de wereld wel niet anders liggen, of het nu om bij de IPA aangesloten verenigingen gaat of om de ‹anderen›. Het zware belang van de opleiding blijkt onder andere hieruit dat alle conflicten binnen of tussen de verenigingen te maken hebben met die opleiding. Opvallend genoeg meestal niet met de inhoud daarvan, maar wel met de organisatie, de structuur, de hiërarchie en dus met de macht. De opleidingscommissies lijken soms in betekenis te concurreren met de besturen en als bewaker van de cultuur en de mores van de vereniging het bestuur te overstemmen.
Maar daar wil ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Waar ik de aandacht op wil vestigen is dat er een veel groter opleidingscircuit bestaat, waarin de psychoanalyse een plek heeft, maar dat zich volledig onttrekt aan het zicht van de verenigingen en waarover zij zich ook niet druk maken. Nog steeds kunnen psychologiestudenten aan de Amsterdamse en Leidse universiteiten cursussen psychoanalytische theorie en praktijk volgen; en dat doen ze dan ook met enthousiasme. En bij verschillende psychiatrische opleidingsconsortia maakt de psychoanalytische psychotherapie deel uit van het opleidingsprogramma. Ook daar — of misschien juist daar, in de sfeervan biologische en evidence-based psychiatrie — lijkt het psychoanalytische gedachtegoed verwelkomd te worden als een regenbui in een droge woestijn. Bij de opleiding tot gezondheidszorgpsyc