You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De grens tussen psychische realiteit en objectieve realiteit wordt mede door de continue dialoog tussen de verschillende analytische stromingen — freudiaanse psychoanalyse, interpersoonlijke psychoanalyse, zelfpsychologie, objectrelatietheorie — meer en meer permeabel. ‹Binnenin› en ‹tussen mensen›, intrapsychisch en interpersoonlijk, zijn niet langer twee gescheiden ervaringsvelden, maar vormen samen het ruime terrein van de relationele psychoanalyse. Relationele psychoanalyse is niet zozeer een aparte school, theorie of categorie, als wel een speciale dimensie van de theorie en de praktijk, een relationeel raamwerk met drie dimensies: zelf, object en interactie.
In deze trilogie, die leest als een ‹familiegeschiedenis› van de relationele psychoanalyse wordt een amalgaam aan auteurs aan het woord gelaten aan de hand van oorspronkelijke artikels met telkens een inleiding en een nawoord.
Deel 1 gaat over de grondleggers van de relationele psychoanalyse.
Benjamin, bijvoorbeeld, toont ons hoe de klassieke separatie-individuatietheorie van Mahler, waarin de moeder nagenoeg als een object wordt beschouwd, overstegen wordt wanneer we ontwikkeling zien als een ‹meeting of minds›, met wederzijdse erkenning en hechting, van separate subjecten.
Niet alleen is het Ik ‹geen baas in eigen huis› zoals Freud stelde, het is zelfs niet evident waar het huis begint en eindigt, wat binnen en buiten is, zo stelt Chodorow. Pizer staat stil bij een interessante en fundamentele paradox, ontleend aan Winnicott, namelijk de behoefte aan communicatie versus de behoefte ‹incomunicado› te blijven. Deze paradox uit zich vaak in een speels geven en nemen, in het zich tegelijkertijd alleen en in gezelschap voelen. Bromberg schrijft dat een succesvol analytisch proces voor de patiënt een overgang vergt van dissociatie en enactment in het overdracht-tegenoverdrachtsveld, naar het verdragen van interne conflicten en het leren omgaan met gedachten en gevoelens als een analytisch object. Renik stelt dat v